Heeft u vragen
035 - 64 24 838
06 - 288 70 427

Baby

Osteopathie bij baby's

Een baby komt bij een osteopaat onder behandeling door bijvoorbeeld veel huilen, darmkrampjes, voorkeushouding enzovoort. Er zijn veel klachten waarvoor men terecht kan bij een osteopaat met een baby.

Dit zijn de klachten die veel voorkomen bij baby’s:

  • Veel huilen: een baby huilt niet voor niets. Het belangrijks is om erachter komen waarom een baby huilt.
  • Torticollis: dit is een scheefstand van het hoofd door een hypertonie van de m. sternocleidomastoideus
  • Scheefstand hoofd: Dit kan komen doordat de bovenste nekwervels minder beweeglijk kunnen zijn in combinatie met een verminderde beweging van het achterhoofdsbeen hetgeen kan leiden tot een voorkeurshouding van de baby met zijn/haar hoofd.
  • Bewegingsbeperking nek: dit spreekt voor zich, dit zijn meestal de nekwervels die minder beweeglijk zijn.
  • Hoge spanning in lichaam: dit betekent dat het zenuwstelsel te actief is. Dit kan komen door bijvoorbeeld darmkrampjes.
  • Problemen met borstvoeding: dit kan meerdere oorzaken hebben namelijk verminderde zuigkracht, problemen met het slikken en verminderde beweeglijkheid van de nek of een te kort tongriempje
  • Blokkades ter hoogte van het bekken: kunnen ontstaan door de ligging in de baarmoeder, denk bijvoorbeeld ook aan stuitligging. Door de geboorte, bijvoorbeeld bij een bevalling van een volledige stuit of onvolkomen stuit, een langdurige bevalling waarbij en aan de nek/schedel wordt getrokken en eventueel in combinatie met duwen op de baarmoeder.
  • Asymmetrische ontwikkeling van de heupen: kan ontstaan door wat ook over het bekken is gezegd.
    Het bekken bestaat uit meerdere botstukken tijdens de geboorte. De drie botdelen in de bekkenkam (os ilium) komen samen in het gewricht van de heup. Als er een verschuiving plaatsvindt in de drie botstukken kan dit invloed hebben op de stand van de heupen. Dit kan zich ontwikkelen tot heupdysplasie.
    Naar binnen draaien van de voeten kan te maken hebben met de stand van de bekkenkam maar ook door de botstukken van het been en dan met name het onderbeen. Maar kan ook te maken met een eventuele verminderde beweeglijkheid van de lage rug.
  • Rusteloosheid: hierbij geeft de baby aan dat er iets aan de hand is, wat dat is, daarbij kan een osteopaat u hulp bieden,
  • Veelvuldig verslikken: kan komen door een verminderde functie van de slokdarm, keelgebied of de nekwervels hoog;
  • Refluxklachten: kan meerdere oorzaken hebben, namelijk de maag, de slokdarm, functie van het middenrif.
  • Darmkrampen: dit kan komen door de voeding, de aansturing vanuit het zenuwstelsel, de organen van de spijsvertering of de voeding,
  • Stoornissen in oogmotoriek/scheelkijken: kan ook verschillende oorzaken hebben. Het kan komen door verminderde beweging ter hoogte van de schedel of door verminderde beweging ter hoogte van het middenrif.
  • Onregelmatige ademhaling: dit is vaak te zien in combinatie met darmkrampjes en kan komen door een verminderde functie van het middenrif, verminderde mobiliteit ter hoogte van thoracaal, verminderde mobiliteit van de cervicale wervelkolom, ter hoogte van hoog cervicaal zit ook het ademhalingscentrum.

Zoals u ziet bij veel klachten die voorkomen bij een baby is het belangrijk om een goed onderzoek te doen van alle drie eerder genoemde systemen. Hierbij moet niet vergeten worden ook de reflexen te testen die bij de verschillende leeftijdsfasen horen. Dit behoort in de osteopathie bij de safety testen zodat een eventuele ernstige pathologie wordt uitgesloten.

Men kan ook preventief naar een osteopaat toegaan om te laten bekijken of er ergens minder beweeglijkheid is, zowel de schedel als de wervels of de organen, waardoor een baby zich later kan gaan ontwikkelen tot een huilbaby. Dit consult kan al direct na de geboorte. Vaak is dit een éénmalig consult vooral als de bevalling zonder complicaties is verlopen.

Het komt nog wel eens voor dat er gesproken wordt over het "kiss-syndroom". Dit wordt gebruikt door manueeltherapeuten. Ze spreken dan over een verminderde beweeglijkheid van de eerste 2 nekwervels t.o.v. de schedel. Men corrigeert dan alleen de wervels en niet de schedel. Het kan een oorzaak zijn maar als een correctie hiervan niets oplost dan kan er toch een andere oorzaak zijn.